Spelling & Grammatica

Oh, wat kunnen we toch worstelen met alle taalregels. En dan veranderen ze óók nog ieder jaar – lijkt het wel. Niet te doen, toch? Welnee. Zo moeilijk is het allemaal niet. Je kunt veel op gevoel doen. Je hoeft zeker niet alles uit je hoofd te leren. Als je maar weet waar je het juiste antwoord kunt vinden als je twijfelt. En dat leren we je graag!

Welke workshop wil je volgen?

  • Een training van 9.30 tot 16.30 uur
  • Een workshop van 3,5 uur
  • Een korte workshop van 2 uur
  • Een (lunch)sessie van 1 uur

Hoe meer tijd, hoe meer onderwerpen

Wil je alle kennis nog eens opfrissen? En worstel je ook regelmatig met de d’s en t’s? Dan raden we je de training van een dag aan. We kunnen dan de volledige top 10 meest gemaakte spelfouten behandelen.

Maak je geen fouten meer in de d’s & t’s? Dan raden we je de workshop van 3,5 uur aan. Na zo’n dagdeel omzeil jij voortaan de belangrijkste taalvalkuilen. Ook weet je precies welke taalregels sinds 1995 zijn aangepast.

Wil je jouw collega’s bewuster maken van hun spelfouten? Dan kun je ook een korte workshop of een lunchsessie organiseren. In vogelvlucht nemen we je collega’s mee langs het spellingslandschap. En leren we ze waar ze zelf hulp kunnen zoeken.

Spelling saai?! Echt niet!

Wij begrijpen heus wel dat niet iedereen staat te springen om een workshop over taal<gaap>regels te volgen. Maar wacht maar tot je bij ons in de zaal zit. Het wordt superleuk. Met grappige voorbeelden, weetjes en een interactief programma verveelt niemand zich. Bovendien zorgen we voor een veilige sfeer in de groep.

Een spellingstraining boeken? Bel Marije Mens!

 

Top 10 meest gemaakte spelfouten

 

#1 Vast, los of een streepje

“Ik doe eigenlijk maar wat.”

  1. Twee onder een kap woning
  2. Twee-onder-een-kap-woning
  3. Twee-onder-een-kapwoning

 

#2 Een D, een T of een DT

“Meestal omzeil ik het gewoon.”

  1. Vind jij dat nou ook?
  2. Vindt jij dat nou ook?

 

#3 C of K

“Dat mag allebei volgens mij.”

  1. Lokaal
  2. Locaal

 

#4 Tussen-N

“Oh ja, dat was iets met een pannekoek, pannenkoek?”

  1. Beesteboel
  2. Beestenboel

 

#5 Tussen-S

“Zijn daar ook al regels voor?”

  1. Toegang code
  2. Toegangcode
  3. Toegangscode

 

#6 Ge-e-maild

“Laten we die Engelse werkwoorden gewoon afschaffen.”

  1. Hij deleet de gegevens.
  2. Hij deletet de gegevens.
  3. Hij delet de gegevens.

 

# 7 Hoofdletters

“Alleen bij namen toch?”

  1. Ze gaat volgend jaar naar het HBO.
  2. Ze gaat volgend jaar naar het Hbo.
  3. Ze gaat volgend jaar naar het hbo.

 

#8 Dat of wat

“Die weet ik! Het is altijd dat. Dacht ik…”

  1. Een idee dat iedereen goed vindt.
  2. Een idee wat iedereen goed vindt.

 

#9 Hen of hun

“Hun hebben… dat zeggen ze bij ons allemaal.”

  1. Hij gaf het formulier aan hun.
  2. Hij gaf het formulier aan hen.

 

#10 Interpunctie

“Inter..wat? Dat zijn punten en komma’s en zo.”

  1. Huizen die niet goed zijn onderhouden, kunnen we beter afbreken.
  2. Huizen, die niet goed zijn onderhouden, kunnen we beter afbreken.
  3. Beide zinnen zijn goed, maar betekenen iets anders.
  4. Er mag in deze zin helemaal geen komma staan.